Navigeren op de Waddenzee,
een vak apart

bram-feij-breed

'Waar schepen die op de Noordzee varen schrikken van minder dan drie meter water onder de kiel, gebruiken we met de Navicula vaak maar dertig centimeter (of minder) onder het schip...'

Dat komt goed uit, een voorliefde voor water, prut, vogels, walvissen en schepen. Dan is mijn werk bij het NIOZ voor het grootste deel genieten. Met het onderzoeksvaartuig Navicula vaar ik op de Noordzee-kustwateren en de Waddenzee. Een grote variatie aan onderzoekers, OIO's en studenten van allerlei nationaliteiten, plus de bijbehorende kennis, komen aan boord van de Navicula samen. Het veldwerk heeft iets magisch. De meeste mensen zijn erg enthousiast en zeer onder de indruk van de Noorzeekust en de Waddenzee. Voor mij geen onbekend gevoel, al is het natuurlijk zo dat er een soort bedrijfsblindheid optreedt en dat de bijzondere omgeving soms gewoon lijkt.

Maar toch is het fantastisch om elk jaar de eerste Grote Sterns weer de Waddenzee op te zien komen. Als eerste kom je ze tegen op boeien op de Noordzee. Ze zijn dan via de kust naar het Noorden aan het trekken vanaf hun overwinteringsgebieden in West-Afrika. Het krassende geluid luidt meteen het voorjaar in, weer of geen weer. Voor wie regelmatig op het wad komt en de oren een beetje gespitst houdt, is dit een onmiskenbaar en zeer kenmerkend geluid. Onlangs voeren we met de Navicula van een onderzoek voor de kust bij IJmuiden terug naar de NIOZ-haven. Voor de kust, ter hoogte van Petten, zag ik grote groepen Zwarte Zee-eenden. Daarbij zwommen vier Bruinvissen en vlogen de eerste groepjes Grote Sterns rond, samen met tientallen Dwergmeeuwen. Fantastisch, dat went nooit!

Het navigeren met een schip op de Waddenzee is een vak apart. Waar schepen die op de Noordzee varen schrikken van minder dan drie meter water onder de kiel, gebruiken we met de Navicula vaak maar dertig centimeter (of minder) onder het schip om te varen. Het schip heeft een geringe diepgang en een vlakke bodem en is ontworpen voor werken op het wad. We laten het schip vaak geheel droogvallen om het werk zo goed mogelijk te kunnen doen en dicht bij de onderzoekslocaties te komen. We hebben een goed ankergerei zodat we bij slechte weersomstandigheden op het wad kunnen blijven liggen. Dat bespaart ons lange vaartijden naar havens op en neer met de bijbehorende brandstof. Het is altijd een imposant gezicht om een schip met het formaat van de Navicula droog te zien liggen. Je kunt er dan een rondje omheen lopen. Actuele informatie over ondiepten en geulen en eigen ervaring zijn daarom onmisbaar bij het varen op het wad.

Voordat ik bij het NIOZ kwam werken, heb ik acht jaar voor het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit gewerkt en mij bezig gehouden met waddenbeleid en uitvoering. In de discussies die spelen over het gebruik van het wad blijkt vaak dat kennis over en uit het gebied een noodzaak is. Als je een discussie zinnig wilt voeren dan moet dat op de inhoud en daar is specifieke kennis voor nodig. Het gaat er juist om wat voor effecten het betreffende gebruik zoals bijvoorbeeld recreatie, gaswinning en visserij op het ecosysteem heeft, of wat juist niet. Daarbij zijn de mensen 'uit het veld' een onmisbare schakel. Het is een grote uitdaging om ons met z'n 16 miljoen in te houden in onze expansiedrang. Ik zie het wad als een grote bak natuur. Daar kun je best wat van gebruiken en plukken maar de uitdaging blijft om onszelf te beheersen in onze smaak naar meer.

Bram Feij, schipper Navicula, NIOZ

Norbert Dankers Erik van Dijk Norbert Dankers Foto is gemaakt door:  Bruno Ens,  Sovon.

In het voetspoor van WaLTER

© 2011 WaLTER project | Ontwerp: NIOZ | Techniek: EN/OF ontwerp & communicatie